z-logo
open-access-imgOpen Access
ENKELE VERBANDEN TUSSEN DIVERSE FORMULERINGEN VAN HET MICRO-ECONOMISCH INPUT-OUTPUTMODEL EN IMPLICATIES
Author(s) -
A. Limère
Publication year - 1975
Publication title -
maandblad voor accountancy en bedrijfseconomie
Language(s) - Spanish
Resource type - Journals
eISSN - 2543-1684
pISSN - 0924-6304
DOI - 10.5117/mab.49.20436
Subject(s) - theology , philosophy
Inleiding In het decembernummer 1974 van het M.A.B. verscheen van de hand van drs. C. van Halem een bijdrage genaamd: „Bedrijfseconomische betekenis van de input-outputanalyse” . In dit artikel w ordt op een deskundige wijze een ruim overzicht gegeven van de huidige stand van onderzoek naar de toe passingsmogelijkheden in de bedrijfseconomie van het input-output model, dat in de macro-economische theorie werd geïntroduceerd door W. Leontiev1). Er zijn hierbij voldoende argum enten voorhanden om de input outputanalyse op een nuttige wijze te transform eren to t een bedrijfs economisch model voor complexe produktiestructuren waarbij interde pendenties optreden. Dat deze input-output benadering van de bedrijfshuishouding meer en meer aan bod kom t, zowel in het theoretisch onder zoek als in de praktijk, valt niet meer te ontkennen. Verscheidene publikaties over de laatste jaren in vakkundige tijdschriften en de reeds in diverse grote ondernemingen ontwikkelde toepassingen van deze theorie getuigen hier van2 ). C. van Halem onderkent twee belangrijke formuleringen van het I.O.model, namelijk één die afgestemd is op planningsvraagstukken in de produktiesfeer, een tweede voor het oplossen van kostenvraagstukken met name de kostenallocatie en het berekenen van kostprijzen per eenheid. De band tussen de twee toepassingen w ordt daarbij gelegd aan de hand van een numeriek voorbeeld. Beide formuleringen verschillen echter essentieel van elkaar, in dit opzicht dat voor planningsvraagstukken een I.O.-model w ordt gehanteerd geformu leerd in inputcoëfficiënten terwijl voor de kostenallocatie gebruik w ordt gemaakt van de outputcoëfficiënten die kostenverdeelsleutels worden ge noem d3 ). De elementen van de transactiem atrix worden in het eerste geval per kolom gedeeld door de overeenkomstige rijtotalen wat ons input coëfficiënten geeft die uitdrukken uit welke bestanddelen één eenheid van ieder produkt is samengesteld, terwijl in het tweede geval dezelfde elementen rij voor rij worden gedeeld door de rijtotalen (gelijk aan de kolom totalen) wat ons outputcoëfficiënten baart d.i. de proportie waarmede de eenheid van ieder produkt w ordt aangewend in de overige produkten als tussenfabrikaten en in de eindvraag. Laatstgenoemde coëfficiënten zijn dan de m aatstaf voor de kostenallocatie. *) Leontiev W. W.: „The structure of the American Economy, 1919-1939” , Oxford University Press, 1951. 2) zie: bibliografie. Toepassingen van I.O.-analyse zijn o.a. bekend bij Western Electric Company, U.S.A., de Nederlandse Staatsmijnen, en Bell Telephone Manufacturing Company, België. In dit laatste geval gaat het om een toepassing op de kostenverbijzondering. 3) Y. Ijiri verduidelijkt het onderscheid tussen I.O.-modellen in inputcoëfficiënten en deze in outputcoëfficiënten door beide parallel op te lossen en te vergelijken. „An application of input-output analysis to some problems in cost accounting”, Management Science, April, 1968, pp. 49-57.

The content you want is available to Zendy users.

Already have an account? Click here to sign in.
Having issues? You can contact us here
Accelerating Research

Address

John Eccles House
Robert Robinson Avenue,
Oxford Science Park, Oxford
OX4 4GP, United Kingdom