z-logo
open-access-imgOpen Access
DE FISCUS EN HET SUBSTANTIALISME: EEN MACRO-ECONOMISCH GEZICHTSPUNT
Author(s) -
J. E. Andriessen
Publication year - 1961
Publication title -
maandblad voor accountancy en bedrijfseconomie
Language(s) - Spanish
Resource type - Journals
eISSN - 2543-1684
pISSN - 0924-6304
DOI - 10.5117/mab.35.11333
Subject(s) - philosophy
Zo langzamerhand begint zich in ons land, vooral ook na publikatie van het geschrift no. 103 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 1), een zekere literatuur te vormen rond het vraagstuk van de houding van de fiscus tegenover substantialistische winstopvattingen in het bedrijfsleven. Daarbij raakt de ge woonte ingeburgerd om de bedrijfseconomen de taak toe te bedelen van propa gandisten van het substantialisme tegenover een irrationele fiscale behandeling, terwijl de sociaal-economen dan maar voor de rugdekking moeten zorgen van een aldus belaagde fiscus. Op deze wijze dreigt opnieuw een twistpunt te ontstaan tussen bedrijfseconomie en macro-economie en de redactie van het M.A.B. is dan ook op de voor de hand liggende gedachte gekomen deze discussie nog wat te doen uitdiepen door Prof. dr. J. L. Mey 2) en de ondergetekende, die elkaar al eens onder andere omstandigheden in het strijdperk hebben ontmoet. Nu voelt de laatstgenoemde zich in deze discussie wel enigszins geremd, in de eerste plaats omdat er over de macro-economische gezichtspunten van deze kwestie na de gedegen beschouwing van Mevr. ’t Hooft-Welvaars in „De Naam loze Vennootschap” 3) niet zoveel nieuws meer is te zeggen en vervolgens omdat hij in tegenstelling tot collega Mey zijn hoogstandje voor vreemd publiek moet uitvoeren. Publiek dat bovendien laten we het maar eerlijk zeggen niet zo gemakkelijk te overtuigen zal zijn van de kracht van argumenten, die ontleend zijn aan andere sferen dan de zo vertrouwde bedrijfseconomische gedachten wereld, waarin vanzelfsprekend het begrip vervangingswaarde met zorgvuldig heid wordt gekoesterd. Nu worden juist de bedrijfseconomische aspecten in het navolgende gerelativeerd, omdat zij moeten worden geschikt naast andere ge zichtspunten die in de verhouding staat-individu naar voren komen, wanneer het in de belastingheffing gaat om een rechtvaardige, verantwoorde en uitvoer bare verdeling van lasten, niet slechts over de individuele bedrijfshuishoudingen maar over alle contribuabelen. Ziet men zich voor een dergelijke taak gesteld, dan is het doorgaans het beste te beginnen met het een en ander toe te geven om zodoende de lezers wat milder te stemmen. Welaan, erkend moet worden dat beschouwingen met substantialis tische strekking en daar reken ik wellicht ten ongerieve van J. L. Mey dan ook maar de vervangingswaarde-theorie toe opvoedend hebben gewerkt voor het bedrijfsleven, zowel als het aankomt op prijsbepaling als wanneer het gaat om winstvaststelling. Deze erkenning berust op goeddeels praktische gronden ik baseer mij derhalve niet op de normatief getinte continuïteitsgedachte die b.v. aan de vervangingswaardeleer ten grondslag ligt. Is het bedrijfsleven dus be trokken in een educatief proces, dat heilzaam heeft gewerkt, de fiscus doet daar aan met name voor zover het duurzame produktiemiddelen betreft niet mee.

The content you want is available to Zendy users.

Already have an account? Click here to sign in.
Having issues? You can contact us here
Accelerating Research

Address

John Eccles House
Robert Robinson Avenue,
Oxford Science Park, Oxford
OX4 4GP, United Kingdom