z-logo
open-access-imgOpen Access
SUBJECTIEVE SCHATTINGEN EN BELEIDSELEMENTEN BIJ WINSTBEPALING EN WINSTBESTEMMING
Author(s) -
A. Th. De Lange
Publication year - 1955
Publication title -
maandblad voor accountancy en bedrijfseconomie
Language(s) - Spanish
Resource type - Journals
eISSN - 2543-1684
pISSN - 0924-6304
DOI - 10.5117/mab.29.15988
Subject(s) - art
De rector magnificus van de Nederlandsche Economische Hoogeschool. Prof. Dr B. Pruijt, heeft in een rede 1), gehouden ter gelegenheid van de een-en-veertigste diës natalis der Hoogeschool, aandacht ge schonken aan de vraag, of en in hoeverre het mogelijk is een winst begrip te formuleren, dat bedrijfseconomisch objectief mag worden ge noemd, dat — zoals het woord objectief nader wordt uitgelegd — logisch voortvloeit uit het streven naar economiteit. Zou dit mogelijk zijn, aldus de spreker, dan zou een absoluut winstbegrip geformuleerd kunnen wor den. De spreker heeft zijn probleemstelling ook anders omschreven: wij willen nagaan, in hoeverre beleidselementen bij de winstbepaling een rol moeten spelen, wat de aard van die beleidselementen is en of sub jectieve schattingen bij de winstbepaling kunnen worden gemist2). Bij de uitwerking van dit probleem heeft de spreker zich bepaalde beper kingen opgelegd: met name wordt de beantwoording der gestelde vra gen beperkt tot een tweetal in ons land zeer bekende theorieën, het vervangingskoopstelsel, ontwikkeld door Polak en de vervangingswaardetheorie van Limperg 3). De conclusies, waartoe de beschouwingen van Pruijt leiden, zijn sa mengevat in de zin: „Zo blijkt een absoluut winstbegrip een onbereik baar ideaal te zijn” 4). Deze ■— op bedrijfseconomische beschouwingen gebaseerde —• uitspraak blijkt belangrijke gevolgen te hebben, welke door Pruijt als volgt worden geformuleerd: ,,De bedrijfseconoom zal de fiscus niet kunnen helpen aan het „juiste” winstbegrip”, „Voor de ac countant is het gevolg van onze conclusie, dat een verklaring omtrent de juistheid van de berekende winst in feite vrijwel steeds een ge clausuleerde verklaring zou moeten zijn” en „Voor de bedrijfseconoom tenslotte is het teleurstellend, dat hij op de vraag „wat is winst" geen voor alle gevallen geldend antwoord kan geven” 5). Niet alleen de ver strekkende conclusies, waartoe het betoog van Pruijt leidt, doch ook reeds de gestelde vragen en de overwegingen zijn zo belangrijk, dat ik gaarne in dit maandblad de aandacht op deze rede zou willen vestigen en enige beschouwingen aan dit onderwerp zou willen wijden. Pruijt vangt zijn uiteenzettingen aan met het omschrijven van het be grip winst. Bij die begripsbepaling gaat het -— zo betoogt hij — om een woorddefinitie, een definitie, welke nimmer onjuist kan zijn; dis cussie is slechts mogelijk over de doelmatigheid van de begripsbepa ling6). Dit opzichzelf aanvaardbare uitgangspunt houdt in, dat de vraag, in hoeverre beleidselementen en subjectieve schattingen een rol bij de winstbepaling spelen, feitelijk aldus moet worden geformuleerd: in hoe verre is het doelmatig het winstbegrip zo te kiezen, dat beleidselemen ten en subjectieve schattingen aan het winstbegrip inherent zijn. Of

The content you want is available to Zendy users.

Already have an account? Click here to sign in.
Having issues? You can contact us here
Accelerating Research

Address

John Eccles House
Robert Robinson Avenue,
Oxford Science Park, Oxford
OX4 4GP, United Kingdom