z-logo
open-access-imgOpen Access
VERVANGINGSWAARDE EN BALANSPOLITIEK. (I)
Author(s) -
J. De Jong
Publication year - 1946
Publication title -
maandblad voor accountancy en bedrijfseconomie
Language(s) - Ngandi
Resource type - Journals
eISSN - 2543-1684
pISSN - 0924-6304
DOI - 10.5117/mab.20.13177
Subject(s) - computer science
C. Opmerkingen en conclusies, waartoe de analyse aanleiding geeft.1) De guldens, waarmede op een balans, opgemaakt in 1936, de waarde van de activa en passiva wordt gemeten, hebben naam en functie gemeen met de guldens, waarmede deze meting in 1946 geschiedt; hun intrin sieke waarde is echter een andere. Het inzicht, dat de op beide waarnemingsmomenten in niet-gelijke guldens uitgedrukte vermogens, zonder voorafgaande correcties, onvergelijkbare grootheden zijn, leidt tot veler lei conclusies, welke niet alleen op het door de bedrijfseconomie bestreken terrein van de economie betrekking hebben, doch ook op ander economisch gebied hun invloed doen gelden. In het onderstaande wordt een greep gedaan uit de talrijke facetten, welke aan deze zienswijze inhaerent zijn. 1. Het prijsrisico, schuilend in het uitstel van de vervanging, kan niet teniet worden gedaan door meerdere doelmatigheid in de wijze van finan ciering. Het financieringsprobleem is een kostenprobleem. Ondernemers A, B en C kunnen op meer doelmatige wijze hun productiecapaciteit financieren door een gedeelte van het vermogen, bijv. van een bank, te leenen. Veronderstellen wij, dat zij bij de oprichting van hun onderne ming de helft van het benoodigde vermogen leenen en in de eerste helft van hun bestaansperiode het geleende geld aflossen uit de uit afschrij ving vrijgekomen middelen; dat zij deze middelen in de tweede helft van die periode bij de bank deponeeren en dat debeten creditrente in hoog te gelijk zijn, dan ontstaan voor A per saldo geen rente-uitgaven, terwijl B meer rente ontvangt dan betaalt. Voor beiden nemen de rentekosten af want de kosten van het door henzelf gefourneerde vermogen zijn ge ringer. Het verlies tengevolge van het ongunstige prijsverloop bij uitstel van de vervanging blijft voor beiden onveranderd. 2. Slechts indien bij den opzet van het bedrijf een zoo groot mogelijke diversiteit in den levensduur van den productiemiddelen wordt nage streefd, leidt de vervanging niet tot een uitbreiding van den omvang van de, door de afzetverhoudingen gedicteerde, productiecapaciteit en wordt het prijsrisico, zoo de vervanging ook in feite geschiedt, tot het minimaal bereikbare beperkt m.a.w.: 3. Men ontgaat de gevolgen van het prijsrisico, indien de verhoudin gen op inen verkoopmarkt het mogelijk maken de middelen, welke vrij komen uit de op vervangingswaarde-basis gecalculeerde afschrijvingen, geheel te beleggen in ter vervanging van verbruikte productiemiddelen aangeschafte productiemiddelen. Elk uitstel van vervanging schept een speculatief element. Het nadeelig risico van deze speculatie is grooter dan het voordeelig risico. Door alle eeuwen heen is immers een gesta dige waardedaling van de geldeenheid waar te nemen, welke wordt on derbroken door perioden van waardestijging. De daling echter overheerscht; zij heeft zich in de laatste decennia versneld. 4. Het is in een periode van waardedaling van het geld niet rationeel om de uit afschrijvingen vrijkomende middelen en de overige voor den normalen bedrijfsgang niet strikt noodige middelen in kas-vorm aan te houden. Evenmin zijn deposito’s of obligaties daartoe geschikt. Beleg ging in vaste en vlottende goederen verdient nog voorkeur boven beleg-

The content you want is available to Zendy users.

Already have an account? Click here to sign in.
Having issues? You can contact us here
Accelerating Research

Address

John Eccles House
Robert Robinson Avenue,
Oxford Science Park, Oxford
OX4 4GP, United Kingdom