z-logo
open-access-imgOpen Access
Een welgefundeerde, knappe en koele synthese
Author(s) -
J.A. Bornewasser
Publication year - 1977
Publication title -
bmgn - low countries historical review
Language(s) - Spanish
Resource type - Journals
SCImago Journal Rank - 0.166
H-Index - 9
eISSN - 2211-2898
pISSN - 0165-0505
DOI - 10.18352/bmgn-lchr.2006
Subject(s) - art , humanities , history
Toen in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden tot stand kwam, vloeiden twee geheel verscheiden ontwikkelingsprocessen ineen. In 1830, na ruim vijftien jaar gedwongen, gesublimeerde en niet eens zo perspectiefloze samenwoning verweten de ongelukkige partners elkaar het losgebarsten geweld; weldra zetten zij, een traumatische ervaring rijker, hun levensloop opnieuw gescheiden voort. Drukte het kortstondig samenzijn voor altijd zijn stempel op elk van beide landen, de uiteindelijke mislukking woog nog lang als een onaangename last op hun onderlinge verhouding. Waren Noord en Zuid niet in de eerste helft van de negentiende eeuw bijeen geweest, niemand zou waarschijnlijk op de idee gekomen zijn hun zo uiteenlopende levensgeschiedenissen in een boek te beschrijven. Zelfs Pieter Geyl niet. Deze originele vormgever van de Groot-Nederlandse gedachte beperkte zich overigens uit beginsel tot het verhaal over de Nederlandstalige gebieden. Een ironische speling van het lot heeft bovendien gewild dat zijn Geschiedenis van de Nederlandse Stam bleef steken kort voor de periode waarin zij een nieuw hoogtepunt had kunnen bereiken. Het in 1959 verschenen deel III, dat voor nog geen halve eeuw zo'n vijfhonderd bladzijden nodig heeft, eindigt met 1798. Actualiteitsbewustzijn en theoretische reflectiedrang bleven het nadien bij de geengageerde strijder Geyl winnen van de behoefte om de voleinding van zijn oorspronkelijke maar wat geforceerde gang door de geschiedenis te beproeven. Was trouwens het tot dan toe bereikte resultaat, hoe boeiend en leerzaam ook, van die aard dat daarmee de Groot-Nederlandse conceptie van aanwijsbare samenhangen en natuurnoodzakelijke convergentie haar vurig verlangde realisering had gevonden? Een ander Groot-Nederlands voelend historicus, de onder invloed van F. C. Gerretson staande L. G. J. Verberne, schreef in het midden van de jaren dertig een gedegen en bevattelijke geschiedenis van de negentiende en vroeg-twintigste eeuw. Een niet minder ironische omstandigheid verhinderde dat hij aan een Groot-Nederlandse synthese zelfs maar serieus kon denken. Verberne's bijna klassiek geworden werk moest nu eenmaal verschijnen in het 'klein-Nederlandse' kader van de onder redactie van H. Brugmans opgezette Geschiedenis van Nederland, waarvan het de afsluitende, in 1938 uitgegeven delen VII en VIII uitmaakt. Toch lijkt het wel of de hiermee opgelegde beperking de auteur voor verzanding heeft behoed. Want toen na de Tweede Wereldoorlog een door hem zelf geredigeerde, wel Groot-Nederlands opgezette geschiedenis van beperkte omvang ging verschijnen, moest Verberne de moderne geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden door een Belgische vakgenoot in een apart deel laten beschrijven. Tussen theorie en praktijk van de Groot-Nederlandse geschiedschrijving lag een klaarblijkelijke kloof.

The content you want is available to Zendy users.

Already have an account? Click here to sign in.
Having issues? You can contact us here
Accelerating Research

Address

John Eccles House
Robert Robinson Avenue,
Oxford Science Park, Oxford
OX4 4GP, United Kingdom